Categorieën
poëzie

Enkele gedachten over woede, poëzie en politiek

Mensen merken soms op dat ik de afgelopen jaren uitgesprokener ben, bozer lijk, zowel op social media als in mijn werk, om daar aan toe te voegen dat dat misschien komt doordat het feit dat ik al drie jaar kanker heb een bepaalde vechtlust heeft aangewakkerd. Tegelijkertijd vragen mensen zich af of zo’n ziekte er niet juist voor zou moeten zorgen dat je je verzoenender opstelt —  je krijgt nu eenmaal maar een beperkte tijd in dit leven, waarom die verspillen aan dingen die het daglicht niet verdragen kunnen? Ik herhaal deze vragen hier niet om er een oordeel over te vellen, maar omdat het vragen zijn die ik mezelf ook stel, en waar ik soms het begin van een interessant antwoord op vind.

Mijn ziekte heeft er zeker voor gezorgd dat ik milder, warmer, compassievoller ben geworden — wat niet betekent dat mijn woede niet ook kon groeien, en die twee niet naast elkaar kunnen bestaan. Nog los van het feit dat woede tonen een vorm van compassie hebben kan zijn, ervaar ik dat mijn woede met de dag ingedikter en afgebakender wordt, waardoor er juist meer dan ooit ruimte is voor mildheid. Hoe scherper mijn woede brandt, hoe warmer de rest van mij is. Het zal mensen verbazen hoezeer mijn laatste bundel bijvoorbeeld een christelijke component bevat: de bundel gaat voor een groot deel over God en genade, zowel ontvangen als geven — wat dat inhoudt.

Dat ik mij in mijn poëzie (en daarbuiten) politiek uitspreek heeft uiteraard tot gevolg dat niet iedereen mijn werk mooi of goed vindt. We zijn nu eenmaal geneigd eerder goed te vinden wat onze eigen overtuigingen onderstreept. Maar moet een dichter, een ‘dichter des vaderlands’ in het bijzonder, niet proberen om poëzie te schrijven die op universele goedkeuring kan rekenen? Het antwoord is natuurlijk dat elke dichter dat voor zichzelf bepaalt, en dat dichters geen journalisten zijn dus met objectiviteit en onpartijdigheid niets te maken hebben. Maar is het wel wenselijk dat een dichter des vaderlands zich zo hard afzet tegen de zittende macht? Mag ze, om maar eens een recent praktijkvoorbeeld te noemen, een minister die keer op keer de verkeerde keuzes maakt een ‘lachend bord pap‘ noemen?

De reacties als poëzie een keer niet aan de verwachtingen voldoet wijzen er op hoezeer de bestuurlijke laag van Nederland de afgelopen decennia veel maar dan ook veel te weinig tegengas heeft gekregen. Al bij het eerste kleine beetje protest moeten de mevrouwtjes de dichteressen een toontje lager zingen: hier hebben we ze niet voor betaald!

Hoe zou poëzie die voor iedereen spreekt en door iedereen mooi gevonden wordt er eigenlijk uit zien? Ik weet in ieder geval zeker dat er een hoop mensen zijn die zulke poëzie afschuwelijk zouden vinden (ikzelf voorop) en daarmee is het een contradictie in termen. Wat ze in bestuurlijke kringen doorgaans van poëzie verwachten: een sierlijk randje om de presentatie van het zoveelste slaapverwekkende project mee op te leuken -had de manager daar niet nog een potje voor?- maar ik maak mij geen illusies, zulke opdrachtgevers vormen door de bank genomen niet de grootste afzetmarkt voor dichtbundels. Poëzie, maar niet al te gekruid, en alleen wanneer het ons uitkomt.

Er is gelukkig maatschappijbreed wel een soort kentering waar te nemen, mensen (man én vrouw én non-binair) hebben steeds minder zin om met een paternalistisch ‘laten we het fatsoenlijk houden’ op onfatsoenlijke wijze misschien niet in woord maar wel in daad bejegend te worden. Och, het beleid van de afgelopen jaren leek zo fatsoenlijk; er stonden zo weinig scheldwoorden in de brieven die de belastingdienst verstuurde. En Hugo de Jonge had zo’n keurig jasje aan toen hij mensen met ernstige aandoeningen stilzwijgend steeds verder naar achter in het vaccinatieschema schoof. En Mark Rutte bleef ondanks alle schandalen toch altijd vriendelijk lachen, en dat is toch ook wat waard! Het is helemaal niets waard. ‘Laten we het fatsoenlijk houden’ is Nederland op z’n smalst: de zin waarmee de machtspartijen de afgelopen jaren iedereen met een onwelgevallige mening van de vergadertafels weggehouden hebben en zo zonder enige tegenspraak de ene na de andere sector in de uitverkoop konden doen. Maar nu lijken we dankzij corona eindelijk wakker te worden: je hoeft niet fatsoenlijk te blijven als iemand je nek omdraait.

Een van de redenen dat ik er juist als dichter des vaderlands voor kies om zo nu en dan onfatsoenlijk te zijn, is dat ik hoop dat het enige ruimte schept voor alle kunstenaars die momenteel met moeite het hoofd boven water weten te houden. Die keer op keer moeten bewijzen dat hun werk wel degelijk essentieel is; die in de verdediging worden gedrukt omdat de uitkomst van hun inspiratie nu eenmaal niet in grootverpakking bij de Action ligt. De pretparken vullen zich weer met mensen, maar de musea blijven nog altijd gesloten. De terrassen zijn terecht weer open, maar waar gaan we het onder het genot van die bitterbal en dat biertje eigenlijk over hebben?

Lieve kunstenaars en anderen die in de cultuursector werken,

bijt de hand die je voedt, bijt en bijt — net zolang totdat je beter te vreten krijgt.

Categorieën
Geen categorie

Dichter des Vaderlands

Lieke Marsman is de Dichter des Vaderlands 2021-2022

Lieke Marsman neemt de titel Dichter des Vaderlands over van Tsead Bruinja. De komende twee jaar zal zij het prestigieuze ambt bekleden.

Lieke Marsman werd uitverkoren door een comité van dichters en poëziekenners, dat haar prijst om haar eigen toon, poëtische kracht en aansprekende strijdvaardigheid. ‘Marsman is een dichter die als geen ander lyriek een functie weet te geven in de onontkoombare werkelijkheid; die de woorden uit de wereld en actualiteit een nieuwe lading geeft, wat haar stem onwrikbaar en bij tijden ontroerend waarachtig maakt.’ Als dichter paart zij ‘tederheid aan transparantie, eruditie aan humor, eenvoud aan diepgang’, aldus het comité. ‘Marsmans politiek en feministisch geladen teksten en optredens sorteren ook effect bij een groter publiek. Mede daarom zal zij een uitstekende Dichter des Vaderlands zijn.’

In haar werk gaan het persoonlijke en politieke hand in hand. Marsman weet altijd haar vinger op de zere plek in de samenleving te leggen. Die rol neemt ze zich ook voor in het maatschappelijk debat te gaan spelen, vertelt ze in een interview met NRC. Dat verlangen is mede ingegeven door haar ziekte: ‘Het is een tijd van ziekte, en alle zieke en zwakke mensen zijn het afgelopen jaar nagenoeg afgeschreven, als ‘dor hout’. Als ik als Dichter des Vaderlands een rol kan spelen in het maatschappelijke debat, dan zal ik de stem zijn van het dorre hout.’

Het comité dat de Dichter des Vaderlands voor 2021-2022 aanstelde, bestond uit Simone Atangana Bekono, Inez Boogaarts, Menno Hartman, Daphne de Heer, Antoine de Kom, Maaike Meijer, Benno Tempel, Thomas de Veen en Linda Veldman. Lees hier de volledige laudatio.

Klik hier voor het volledige persbericht.

Over Lieke Marsman
Lieke Marsman (1990) schrijft al meer dan vijftien jaar poëzie. In 2010 debuteerde ze met Wat ik mijzelf graag voorhoud, bekroond met drie debuutprijzen: de C. Buddingh’-prijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de Liegend Konijn Debuutprijs. Drie jaar later verscheen De eerste letter en in 2017 volgde de roman Het tegenovergestelde van een mens, waarin ze proza met poëzie en essayistiek vervlecht in een stilistische zoektocht over klimaatverandering. In 2018 verscheen De volgende scan duurt vijf minuten, gedichten en een essay over haar kankerdiagnose. In haar nieuwe bundel In mijn mand (Uitgeverij Pluim) behandelt ze de grootste thema’s die het menselijke bestaan kenmerken: de waarde van het leven en de plek van de dood in een mensenleven.

Over de Dichter des Vaderlands
De Dichter des Vaderlands werd in 2000 ingesteld op initiatief van NRC Handelsblad, Poëzieclub en Poetry International. De functie is sindsdien bekleed door Gerrit Komrij, Simon Vinkenoog, Driek van Wissen, Ramsey Nasr, Anne Vegter, Ester Naomi Perquin en Tsead Bruinja.

De Dichter des Vaderlands wordt ondersteund en werkt samen met het Nederlands Letterenfonds, Stichting Lezen, de Schrijverscentrale, Poetry International, Koninklijke Bibliotheek, NRC, Poëzieclub en Tilt. De organisatie en dagelijkse ondersteuning is in handen van de Stichting Dichter des Vaderlands.

Categorieën
Geen categorie

IN MIJN MAND verschijnt eind januari 2021

Categorieën
Geen categorie

In de oven van Cora is alles onder controle

Onlangs zag ik een advertentie op twitter voorbij komen. Het was een gesponsord bericht van ExxonMobil, dat mensen wees op het belang van energie besparen. ExxonMobil, een van de grootste energieconcerns ter wereld, goed voor zo’n 5 procent van de totale CO2 uitstoot ooit, het bedrijf dat onlangs nog in het nieuws kwam omdat het z’n eigen beleggers misleidde over de gevolgen van klimaatverandering, had namelijk nog wel een paar tips voor ons: Als u maar één kopje koffie wilt drinken, kook dan ook water voor maar één kopje. En deze tip: Controleer niet voortdurend of de frietjes al klaar zijn! Probeer, nadat u de oven hebt aangezet, deze zo weinig mogelijk te openen.

Nou, ExxonMobil, bedankt. Fijn dat jullie ook je best doen om het klimaatprobleem op te lossen.

Mij is gevraagd om voor vanavond een column te schrijven over de vraag: waarom raakt de zeespiegelstijging ons niet? Mijn antwoord op die vraag is, heel simpel: de vraag is achterhaald. De zeespiegelstijging raakt ons namelijk wél. Er zijn het afgelopen jaar miljoenen mensen de straat op gegaan, in alle delen van de wereld, omdat ze inzagen dat er iets moet gebeuren. De kranten staan vol met wanhopige oproepen van mensen en organisaties en, helaas, ook steeds vaker met de eerste gevolgen van klimaatverandering. Stel je voor dat er wereldwijd miljoenen mensen zouden demonstreren en staken omdat ze voortaan, ik noem maar wat, op alle wegen 130 km per uur wilden rijden. En dat ze bij de VVD daarna zouden zeggen: nou, het leeft niet echt hè, die maximumsnelheid.

Waar de vraag ‘waarom doet klimaatverandering ons niet zoveel?’ een paar jaar geleden misschien nog legitiem was, is hij nu een voortzetting van een frame waar bedrijven als Exxon zich handig achter verschuilen: als we maar zoveel mogelijk het bericht verspreiden dat het allemaal wel meevalt met die klimaatverandering, dan gelooft men misschien ook wel dat je met het zetten van een kopje koffie minder klaar bent. 

Maar het ‘een beter milieu begint bij jezelf’ tijdperk is, goddank, voorbij. Steeds meer mensen zien door dit soort greenwashing trucs heen. Inmiddels weten we: het tegengaan van klimaatverandering begint bij de politiek.

Wat dat betreft is het geweldig dat minister Cora van Nieuwenhuizen hier vanavond aanwezig is (note: helaas, ze verliet vlak voor deze column de zaal).

In een artikel over en interview met de minister in Elsevier deze zomer las ik namelijk het volgende: “De VVD-verkeersminister beschouwt zichzelf als iemand die het opneemt voor de zwijgende meerderheid en daarom een strijd voert tegen activisten.”

Die zwijgende meerderheid zou bijvoorbeeld de reden zijn dat ze tegen een maatregel als rekeningrijden is. De ‘zwijgende meerderheid’ zit daar namelijk helemaal niet op te wachten. Grappig genoeg: uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat een ruime al dan niet zwijgende meerderheid van de Nederlanders een vorm van rekeningrijden wel degelijk ziet zitten. In hetzelfde interview suggereert ze ook dat het met de stikstofcrisis zo’n vaart allemaal niet zal lopen. “In de tweede termijn zakt de adrenaline”. We weten allemaal hoe dat is afgelopen.

Die activisten dan. Nee, dat zijn allemaal onheilsspellers, doemdenkers zonder verstand van zaken. Daar strijdt zij tegen.

Maar ondertussen bereiden de ambtenaren op haar ministerie zich voor op een zeespiegel die wel eens veel sneller zou kunnen gaan stijgen dan we jarenlang hebben gedacht. De Deltacommissaris van het ministerie, hoogstpersoonlijk benoemd door, nou ja, Cora van Nieuwenhuizen zelf, schrijft daar het volgende over: ‘Er zijn signalen dat de zeespiegelstijging in de loop van deze eeuw mogelijk sneller gaat verlopen dan aangenomen is in de deltascenario’s. Deze extra versnelling heeft te maken met recente inzichten over het mogelijk versneld afbreken en smelten van het landijs op Antarctica.’ In het zwartste scenario, aldus het Deltaprogramma 2019, zal er aan het eind van de eeuw bijvoorbeeld 480 MILJOEN kubieke meter zand PER JAAR nodig zijn om de waddeneilanden tegen het water te beschermen. Dat is 480 miljard liter zand. Per jaar.

Waar al dat zand vandaan moet komen staat er niet bij. Maar ga vooral niet de straat op om je zorgen uit te spreken, stelletje activisten. 

De vraag ‘waarom raakt de zeespiegelstijging ons niet?’ moet dan ook zijn: waarom raakt de zeespiegelstijging onze politici niet?

En het antwoord daarop is: omdat ze tot de kleine groep behoren waar ook de CEO’s van ExxonMobil en Shell toe behoren: de groep mensen die als enige baat hebben bij het niét aanpakken van het klimaatprobleem. Het is de reden dat we het wel hebben over subsidies op hernieuwbare energie — wat vreselijk duur is dat allemaal toch, het kost ons 1,1 miljard per jaar — en niet over de 2,47 miljard euro subsidie die de Nederlandse staat jaarlijks uittrekt voor de fossiele brandstof industrie. 2,47 miljard, en dat is een voorzichtige schatting die de Europese Commissie onlangs deed. Eerder rapporteerde onderzoeksplatform Follow the Money dat het om 7,6 miljard per jaar gaat.

Een paar weken geleden moest de minister de tweede kamer meedelen dat, helaas, haar ministerie blut is. Daarom hoeven we voorlopig geen geld te verwachten voor het toekomstbestendig maken van ons openbaar vervoer. Ik weet het niet, ik heb nog wel een ideetje voor een sector waar het kabinet flink op zou kunnen besparen, houden ze nog een mooi bedrag om boze boeren en bouwvakkers mee te compenseren over ook, maar dat zal dan wel weer activistisch van me zijn.

‘Activisten beweren dat er vliegschaamte heerst,’ aldus de minister. ‘Onlangs was ik jarig en nam ik de kinderen mee naar een concert van Status Quo (ironische bandkeuze, maar dat terzijde). Hartstikke leuk. Niemand, echt niemand spreekt me dan aan op de milieueffecten van de luchtvaart, hoor.’

En als niemand het er over heeft, hoef je er natuurlijk niks mee te doen. Zo kon ons land de afgelopen jaren ook stilletjes afstevenen op een stikstofcrisis. Laat mij u er ondertussen aan herinneren dat een onzin-begrip als ‘vliegschaamte’ helemaal niet afkomstig is van activisten. Het is een rechtstreeks gevolg van het Exxon frame waarin je als individu de schuld van klimaatverandering op je moet nemen. Dat er vervolgens milieu-activisten zijn die dat overnemen, tja, dat zegt iets over hun bereidheid de last van de wereld op zich te nemen, en over de listigheid van big oil om daar op in te spelen. Over listigheid gesproken – laatst meende u dat we de stikstofimpasse rondom vliegveld Lelystad het best met een juridische list kunnen doorbreken.

Beste minister, waarom raakt klimaatverandering u niet? Waarom doet milieuvervuiling u niets? Denkt u dat de zeespiegel zich ook met een juridische list laat tegenhouden? Ik begrijp dat het op de werkvloer bij uw partij vooral een beetje gezellig moet zijn, bier en bitterballen gaan misschien niet goed samen met je laten raken door maatschappelijke problemen. Maar zeespiegelstijging is niet gezellig. Klimaatvluchtelingen zijn niet gezellig. De stikstofcrisis is niet gezellig. De maatschappelijke onrust neemt toe, boeren protesteren, scholieren protesteren en, sorry sorry sorry dat ik gekeken heb, de oven-bitterballen zijn aangebrand. Dus doe iets. En dan echt.

Column uitgesproken op 5 november 2019 in De Balie, Amsterdam.

Voor video van de voordracht klik hier.

Categorieën
Geen categorie

De volgende scan duurt 5 minuten

Begin september 2018 verscheen mijn boekje ‘De volgende scan duurt 5 minuten’ bij uitgeverij Pluim, in samenwerking met Tilt. Gedichten en een essay over mijn ervaring met kanker. Koop het bij voorkeur in uw lokale boekhandel.

Categorieën
Geen categorie

Het tegenovergestelde van een mens (roman)

Waar het op neerkomt is dat de mensheid als geheel ook eenzaam is. We kunnen er niet tegen dat er niemand iets terugzegt, dat we nog altijd geen dieren hebben horen praten – ja, misschien zo nu en dan in de vorm van het schrille gegil dat onze slachthuizen vult, maar niet met woorden, niet met een oplossing voor de dingen waar we al tijden mee zitten. Zelfs de hemel is leeg. En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terug ge-sms’t en het in het café op een zuipen zet.

“Dit klinkt natuurlijk allemaal nogal depressief, maar het wonderlijke is dat Het tegenovergestelde van een mens geen somber boek is. Het is door de afwisseling in genre en door het denkplezier van Ida juist een verrassend speelse roman, ideologisch betrokken, een opeenstapeling van ideeën, pessimistische en optimistische, interessant op alle bladzijdes, en ondanks alle stijlwisselingen verbazingwekkend consistent.” – De Groene Amsterdammer

Marsmans hemelbestormende klimaatfictie” – NRC ****

Categorieën
Geen categorie

Alternatieve vragen en antwoorden

Het begon ergens halverwege 2016
Een oproep aan de vrouwen van dit land
Vrouwen, stond er, zijn te veel met nietszeggende zaken bezig
en of ze zich even uit wilden spreken over wezenlijkere dingen dan hun kleding of kind
anders zouden ze nooit aan de macht komen
Ik voelde me aangesproken
Ik wilde me al heel lang uitspreken
Laat mij midden in de nacht door de straten van hoofdsteden struinen 

garandeer me dat ik niet verkracht word 

en ik zal het wereldwijde leven beschrijven
dacht ik nog
Maar toen veranderde alles
 van de één op de andere dag
In Amerika hadden ze een nieuwe president gekozen

Het duurde niet lang
of overal op de televisie: woedende menigtes
Mensen voor en mensen tegen, maar allemaal opgegroeid
met die ene westerse maakbaarheidsillusie
ook wel de Amerikaanse droom genoemd
die hen tot dan toe zoet had gehouden:
je kunt worden wat je wil
(tenzij wat je wil worden gelukkig en veilig is
in een land waar je niet geboren bent natuurlijk
in dat geval kun je achteraan in de rij gaan staan
en wachten tot je wordt uitgezet)
je kunt het leven kiezen
(maar dat betekent nog niet
dat je in leven zult blijven)
Miljoenen vrouwen verzamelden zich
omdat ze het zat waren dat ze zich nog altijd
uit moesten spreken over zaken als abortus
en seksuele intimidatie in relatie tot kledingkeuze
Zo zouden ze nooit aan de macht komen

Ik zat op de grond naast de verwarming. Ik luisterde naar het ruisen van mijn bloed dat langs mijn oren stroomde, ontwaarde er zo nu en dan mijn hartslag in. Op Fox News en CNN waren urenlange live-uitzendingen, die zo nu en dan onderbroken werden door een reclame van Qatar airways: a world class airline.

Ondertussen, dichter bij huis,
de vragen die men stelde:
Moeten we bang zijn, minister-president?
Blijft Nederland wel Nederland?

En de vragen die men niet stelde:
Begrijpt u dat aangezien u enerzijds
al jarenlang een beleid voorschrijft
dat het voor bedrijven gemakkelijk maakt
om over de hele wereld a) grondstoffen
uit buitenlandse bodem te halen en b)
buitenlandse arbeiders uit te buiten
in sweatshops en op plantages bijvoorbeeld
om daarna de opbrengsten van a & b weg te sluizen
naar een of andere brievenbus-firma
in het land waarvan u zich dus leider noemt
terwijl u anderzijds zodra zo’n zelfde buitenlander
volkomen marktconform overigens
hier voor een habbekrats een klus wil klaren
(nadat hij of zij hierheen is gevlucht
vanwege oorlogen die uw voorgangers
en bondgenoten mede veroorzaakt hebben
maar laat me daar niet te lang bij stilstaan
want dan wordt het zo pijnlijk)
moord en brand schreeuwt,
dat er mensen zijn
die u een tikkeltje hypocriet vinden?
Wat is het nou: globalisatie
of protectionisme?

Omdat ik me nog altijd uit wilde spreken, moest ik me goed informeren. In de dagen die volgden las ik het ene artikel na het andere.

Maar al gauw moest ik concluderen
dat er vaker wel dan niet sprake was
van journalisten die een spel speelden
waarbij men vijf verschillende meningen nam
ze in een yahtzeekokertje stopte
een paar keer goed schudde
en daarna op het blaadje
bij het kopje ‘objectieve verslaggeving’
het maximale aantal punten invulde
Bovendien doemde steeds vaker
de term ‘alternatieve feiten’ op

In de weken die volgden probeerde ik in mijn eigen informatie te voorzien. Het hele internet struinde ik af. Hoeveel jaarverslagen er online staan, ik weet het niet — vaststaat dat mijn Acrobat Reader overuren draaide. Vooral de Amerikaanse overheid hield alles goed bij en suggereerde zo op uitgekiende wijze volledige transparantie.

Een week ging voorbij. Daarna een jaar
De gevestigde orde kon het zich al gauw veroorloven
zich bij de nieuwe situatie neer te leggen
Diende er zich een ramp aan
ik noem maar wat, een overstroming
die het resultaat was van een stijgende zeespiegel
die het resultaat was van de klimaatverandering
die zij consequent ontkend of weggewoven had
dan liet ze zich nog dezelfde dag
naar een helikopterplatform rijden
terwijl de rest van de mensen huilend het dak op klom
van zijn onbetaalbaar geworden huurwoning

Met de beurzen ging het gelukkig uitstekend
Na iedere overstroming stegen de aandelen
van farmacie- en verzekeringsbedrijven
Bovendien was Amerika Iran binnengevallen
Een prachtige investeringskans
Nederland kon niet achter blijven
en bestelde 30 nieuwe JSFs

Nog een jaar ging voorbij
In Amsterdam blies een moslim zich op
midden op de Dam, bij klaarlichte dag
twee doden en acht gewonden, waarvan één
het levende batman standbeeld
Zelfs hij had de aanslag niet kunnen voorkomen
Mijn agorafobie kwam weer eens om de hoek kijken
Ik bleef wekenlang thuis en keek tv

Op Nederland 1 was een gesprek met de premier
Moeten we bang zijn, minister-president?

Het antwoord dat kwam:
Nee, we mogen ons nooit door angst
laten verlammen en nooit ophouden
met onze manier van leven leven

En het antwoord dat niet kwam:
Nee, we moeten niet bang zijn, maar dankbaar
dat we zoveel chaos en verwarring geschapen hebben
dat ieder wezenlijk gevaar
in ieder geval niet van buiten zal komen
De guerilla-achtige tactiek van zelfmoordterroristen
is meestal een teken van zwakte
een gebrek aan een georganiseerd leger
Vluchtelingenkampen zijn weliswaar
een uitstekende voedingsbodem voor haat
maar een slechte uitvalsbasis
voor wie een rol wil spelen
op de wereldwijde wapenmarkt
of in de olie wil handelen
die zijn land van herkomst herbergt
Zie het maar als een een teken dat wij
hoe zei ik dat in 2016 ook alweer
gewoon door kunnen gaan
met onze beschaafde manier van leven
en kunnen blijven wie we zijn
een open en democratische samenleving

 

Dit gedicht staat in de bundel Als dit zo doorgaat (Ambo Anthos), samengesteld door Auke Hulst,

Categorieën
Geen categorie

Nergens last van

Donald Trump is te dik en hoogstwaarschijnlijk dement. Hillary Clinton heeft of had longontsteking en mogelijk ook de ziekte van Parkinson.

Nu de gezondheid van de Amerikaanse presidentskandidaten tot belangrijkste verkiezingsonderwerp is gebombardeerd, is het van groot belang om ze eens aan een grondige medische inspectie te onderwerpen. Vanuit deze gedachte verscheen Trump eerder deze week in de Dr. Oz Show (een soort Dr. Phil show, maar dan voor lichamelijke in plaats van geestelijke kwalen). Het interview ging ongeveer als volgt: De dokter (‘Dr. Oz’), vraagt Trump of hij wel eens ergens last van heeft. Hoofdpijn bijvoorbeeld, of last van zijn buik? Trump antwoordt: ‘Nee, ik heb nooit ergens van. Ja, vroeger had ik wel eens hooikoorts.’ Hij sport weliswaar niet, op hier en daar wat golf na, maar benadrukt dat speeches geven op conventies ook een soort topsport is. Je moet er erg veel bij gebaren. Trump zegt nog even dat zijn vrouw een groot fan is van Dr. Oz, en that’s it. Trump kiezers zullen weer even gerustgesteld zijn.

Opvallend is dat ook Clinton haar recentelijke hoestbuien weet aan hooikoorts. Voordat ze afgelopen week omviel wegens oververhitting en beginnende longontsteking, verteldclintonphotoe ze journalisten dat ze extra anti-histamine pillen nam, omdat ze in de lente en herfst soms een paar dagen lang veel last heeft van hoesten. Verder was Hil doing fantastic.

Ziekte, zo lijkt de achterliggende gedachte bij de heksenjacht die rondom beide kandidaten is ontstaan, is een teken van zwakte. Een goede, sterke leider, heeft op z’n hoogst zo nu en dan last van een allergietje. Trump lijkt zelfs te zeggen: ik eet veel fastfood en sport zelden, maar ik ben zo sterk dat ik ondanks dat kerngezond ben.

Maar hoe is ziekte iets waar je iemand op af kunt rekenen? Het is qua presidentieel kwaliteiten nu juist een van de dingen waar iemand heel weinig hand in heeft. Tuurlijk, je kunt gezond eten en veel sporten (iets wat in ieder geval Trump dus niet doet), maar ook dan, een ziekte kan altijd toeslaan. Campagneleiders proberen de focus op de gezondheid van de kandidaten te verklaren door te doen alsof ze zich enkel afvragen of de kandidaten wel ‘fit’ genoeg zijn om de V.S. te runnen, maar in de artikelen en filmpjes die de ronde doen lijkt de boodschap veel meer te zijn: het gestel van Hillary/Donald is zwak, omdat zijzelf zwak zijn. En wie zwak is, is geen goede vertegenwoordiger van het Amerikaanse maakbaarheids-ideaal.

Als ik een president moest kiezen, zou hoe gezond hij of zij fysiek is niet bovenaan het lijstje staan. Natuurlijk, het is vervelend als je president sterft aan een hartaanval. Maar misschien heeft hij of zij voor het de pijp uitgaan een paar goede beslissingen genomen, en daarna kan er altijd een vervanger komen. Veel vervelender is het als je president neergeschoten wordt door een gek die op de hoek van de straat een geweer heeft gekocht, of als je president een van de weinige mensen in het land is die voor zijn of haar ziekte doeltreffende medische zorg ontvangt, omdat de rest van de mensen het niet kan betalen zich fatsoenlijk te
verzekeren.

Een bekende uitspraak luidt dat iedere natie de leiders krijgt die het verdient. Als dat zo is, zou het me niets verbazen als Trump en Clinton allebei toch ernstig ziek blijken.

Categorieën
Geen categorie

De laatste kamer

De laatste kamer

Onlangs droomde ik over een kunstwerk dat een huis was met oneindig veel kamers. Iedere kamer was zichzelf, babykamer of keuken, maar uiteindelijk ging het er vooral om dat iedere kamer naar een andere kamer leidde. In één van de kamers blijven leek me daardoor onmogelijk: dan zou de rest van het kunstwerk onbekend blijven, dan zou ik er nooit achterkomen hoeveel kamers er nog meer waren, en of er een laatste kamer zou zijn, of een uitgang.

Het deed me denken aan een gedicht van Chr. J. van Geel dat ik heel mooi vind:

Kinderen in de laatste kamer
horen fluisteren, horen buiten
grote vogels lopen, horen
namen en hun namen noemen
en ze lachen om wat niet waar is
en toch waar is, alleen veilig
bij elkaar.

Buiten de laatste kamer gebeurt van alles: grote vogels, gefluister – maar de kinderen in de laatste kamer lachen er om. Ze hoeven er niet naartoe, want ze hebben alles al gezien (toegegeven, dit is een nogal positieve lezing van het gedicht: de laatste kamer zou natuurlijk net zo goed de dood kunnen zijn, hoewel dat mijn lezing niet per se hoeft te veranderen). Ik in mijn droom daarentegen moest me bij elke kamer afvragen: is dat wat zich in deze kamer bevindt het waard om te blijven, of moet ik de gok wagen en kijken wat er nog meer te zien valt? De babykamer en de keuken verliet ik zonder moeite, maar de daaropvolgende ruimtes werden steeds groter en complexer, waardoor de vraag op een gegeven moment werd: ga ik naar een volgende kamer, om te kijken wat er daar nog meer is, of blijf ik hier, om te kijken wat er hier nog meer is?

Dat brengt me op het volgende: hoewel ‘vertrekken’ en ‘verlaten’ allebei vertaald kunnen worden met het Engelse ‘to leave’, bestaat er in het Nederlands tussen de twee woorden een wereld van verschil. Verlaten is over het algemeen schrijnender dan vertrekken, omdat er iets achter blijft. Als je verlaat, is een logische vraag: wat verlaat je? Maar aan wie vertrekt vraagt men: waar ga je heen? Mijn droomdilemma zou je dus samen kunnen vatten als: als ik ga, verlaat ik dan of vertrek ik?

De makkelijkste manier om dit dilemma, dat me ook als ik wakker ben vaak hoofdpijn bezorgt, op te lossen is, denk ik, door simpelweg de vooronderstelling op te heffen en niet te gaan. Door te blijven, niet vanuit het idee dat je anders iets achter zou laten wat je nooit meer terug kan krijgen, maar vanuit het idee dat oneindigheid in een menselijk leven niet bestaat en je vroeg of laat toch wel ergens zult moeten verwijlen (al is het maar in je graf, zie hierboven). Je zou kunnen zeggen dat je je dan voor altijd af moet blijven vragen wat er nog meer is, maar alle kamers die je niet bezocht hebt zullen uiteindelijk hun aantrekkingskracht verliezen omdat wat je niet gezien hebt zich niet laat herinneren. Ik was heel even bang dat mijn droom zo een metafoor was geworden voor tevreden zijn met wat je hebt, maar nu zou ik het toch liever noemen: houden waarmee je tevreden bent. Tenslotte, wie bepaalt wat de laatste kamer is? De kamer zelf heeft geen idee van zijn positie in het huis, of in de tijd. Niet de kamer of een aan de kamer verwante instantie bepaalt dat’ie de laatste is, maar de kinderen, door voor altijd in de kamer te blijven. Ik herschreef het gedicht:

Kinderen in de laatste kamer
zijn gaan zitten in de eerste kamer
die ze tegenkwamen, horen hun namen
en noemen hun kamer de laatste
en ze lachen om wat nier waar is
en toch waar is, alleen veilig
bij elkaar.

Categorieën
Geen categorie

Maggie Nelson over taal & sorry.

“Afraid of assertion. Always trying to get out of “totalizing” language, i.e., language that rides roughshod over specificity; realizing this is another form of paranoia. Barthes found the exit to this merry-go-round by reminding himself that “it is language which is assertive, not he.” It is absurd, Barthes says, to try to flee from language’s assertive nature by “add[ing] to each sentence some little phrase of uncertainty, as if anything that came out of language could make language tremble.”

My writing is riddled with such tics of uncertainty. I have no excuse or solution, save to allow myself the tremblings, then go back in later and slash them out. In this way I edit myself into a boldness that is neither native nor foreign to me.

At times I grow tired of this approach, and all its gendered baggage. Over the years I’ve had to train myself to wipe the sorry off almost every work e-mail I write; otherwise, each might begin, Sorry for the delay, Sorry for the confusion, Sorry for whatever. One only has to read interviews with outstanding women to hear them apologizing. But I don’t intend to denigrate the power of apology: I keep in my sorry when I really mean it. And certainly there are many speakers whom I’d like to see do more trembling, more unknowing, more apologizing.”

– Maggie Nelson in The Argonauts, p. 98, Graywolf Press, 2015