Generatieconflict

Ik stel het me ongeveer zo voor: Het is ochtend. De eerstvolgende editie van Een Grote Krant/Een Leuk Tijdschrift is volop in de maak en op een groot deel van de redactie klinkt het tevreden gezoem van hard werkende mensen. Op de afdeling van het lifestylekatern zit men echter met de handen in het haar: er moet nog een pagina of drie, vier gevuld worden. In paniek komt men bijeen op het kantoor van de hoofdredactrice. Wat te doen? Alle ideeën zijn op. Iemand oppert om dan maar een extra dun lifestylekatern uit te geven, maar dat idee verdwijnt meteen in de prullenbak, want dit is nou juist het katern waar De Krant/Het Tijdschrift het van moet hebben. Dan steekt één van de medewerkers voorzichtig zijn hand op ‘Misschien een stuk over de instagram-generatie?’ Opgelucht valt men elkaar in de armen.

Het resultaat van de vergadering is vervolgens het soort stuk dat eens in de zoveel tijd in vrijwel alle kranten en talloze tijdschriften verschijnt: het generatie-stuk. Een stuk waarin beschreven wordt hoe een groep mensen van min of meer dezelfde leeftijd min of meer dezelfde kenmerken vertoont, meestal geschreven door iemand die zelf net niet meer tot de door hem of haar tot generatie verklaarde generatie hoort, meestal met een ietwat misprijzende ondertoon, en meestal met als enige gegronde reden dat termen als patatgeneratie, babyboomers, generatie X/Y/Z/Nix en selfiegeneratie best lekker bekken.

Neem bijvoorbeeld de de nrc next van dit weekend (overgenomen in de NRC). Hierin was een hele bijlage gewijd aan ‘de nieuwe generatie dertigers’, ofwel ‘de groep die tussen 1975 en 1985 werd geboren (…) in een tijd waarin verzuiling verdween en waarin je studeerde wat je leuk vond. Ze horen bij de pragmatische generatie, of patatgeneratie, zoals je wilt. (…) Ze waren de eersten die chatten op MSN, zure regen, clips op TMF en reality-televisie gewoon vonden.’

Het was dit keer een positieve bijlage, het gaat goed met De Dertiger. Probleem: Alleen van de eerste zin die ik citeerde kun je zeggen dat ze hoe dan ook waar is, de rest niet meer dan speculatie. De bijlage begint met een enigszins genuanceerd stuk over het (on)nut van ‘generatiedenken’ om vervolgens toch over te gaan op het in kaart brengen van een generatie. In de bijlage staan echter interviews met en stukjes over een stuk of vijftien mensen die je hoogstens op basis van hun eenzijdige selectie (ze zijn allemaal succesvol – zou het ook goed gaan met De Dertiger als niet succesvolle mensen werden geïnterviewd?) over een kam zou kunnen scheren. Die waarschijnlijk inderdaad allemaal wel eens TMF hebben gekeken (de één vond de gangsterrap-clips leuk, de ander hield van Madonna), maar die vervolgens compleet andere dingen zijn gaan doen met hun leven. 

Het is dan ook kenmerkend voor iedere generatie (alle mensen die tot een bepaalde leeftijdsgroep behoren) dat ze uiteen valt in verschillende subgroepen en zich dus niet als generatie laat begeneraliseren. Zelf heb ik mij bijvoorbeeld nog nooit verbonden gevoeld met mijn leeftijdsgenoten. Nouja, wel met een enkeling natuurlijk, en op sommige momenten misschien zelfs met een groepje, maar meer dan dat is het nooit geworden.

Een van de problemen is misschien dat de auteurs van generatie-stukken het begripgeneratie verwarren met het begrip tijdsgeest. Van tijdsgeest zou je kunnen zeggen dat het iets is wat wel degelijk overal en ten alle tijden bestaat: het is het resultaat of de abstractie van de manier waarop men gemiddeld genomen in een bepaalde tijd op een bepaalde plaats met elkaar, met zichzelf en met de wereld omgaat. Het is dan ook vrij ongrijpbaar. Soms sturen de mensen de tijdsgeest, soms stuurt de tijdsgeest de mensen – en sommige mensen trekken zich van dit alles niets aan. Maar met generaties heeft het in weinig te maken. Schrijft iemand: mensen tussen de 15 en 25 zitten veel op Facebook en instagram, dan zou dat iets over de tijd waarin zij leven kunnen zeggen, afhankelijk van de invloed die 15-25 jarigen hebben op het maatschappelijke leven in z’n geheel genomen. Dat het een vrij algemene uitspraak is, zal de tijdsgeest worst wezen, zij is namelijk per definitie een generalisatie. Maar zo’n uitspraak doen en daarbij de schijn wekken dat je iets inhoudelijks hebt gezegd over de betreffende groep mensen, vind ik stompzinnig. Vanuit de bewering dat 15 tot 25jarigen veel op Facebook zitten kun je namelijk over geen enkel individu die tot die groep behoort ook maar iets zeggen. Op Facebook kun je met je vrienden over kattenplaatjes chatten, of je kunt de Amerikaanse verkiezingen volgen. Je kunt je aanmelden voor een feestje, maar je kunt je ook aansluiten bij de Jihad.

Als ik moet beschrijven hoe ‘mijn eigen generatie’ (geb. 1990) wordt getypeerd, kom ik op zoiets uit: (te)veel keuzes/onbegrensde mogelijkheden, twijfelt daardoor veel, houdt van selfies, Facebook en BNN, doet of deed een pretstudie. Sommige van die typeringen zijn van toepassing, andere niet. Volgens mij heb ik bijvoorbeeld in mijn hele leven nog nooit een echte keuze gemaakt. Als er iets kenmerkend is voor deze tijd (=tijdsgeest), dan is het dat het leven zich meer dan ooit in de openbare ruimte afspeelt, en in die openbare ruimte worden keuzes voor je gemaakt. Misschien kun je zelf kiezen wat je wil studeren, maar dát je gaat studeren staat buiten kijf. Om tegenstand te bieden aan de algemene maatschappelijke verwachtingen moet je sterk in je schoenen staan, en dat lijkt me nou net iets wat de meeste jonge mensen nog niet doen. Het is dan ook eerder een kenmerk van deze tijd dat iedereen elkaar napraat, jong én oud, dan dat jonge mensen teveel keuzes zouden hebben. Ergens heeft iemand een keer bedacht dat de mogelijkheden voor jonge mensen van nu onbegrensd zijn, en nu vindt iedereen dat het zo is. Het is misschien waar dat mensen vroeger minder vaak konden kiezen wat ze werden (met name vrouwen en mensen uit de arbeidersklasse werden gedwongen een carriere (namelijk: geen carriere) te kiezen die niet strookte met hun verlangens of potentie), maar dat lijkt me eerder een gebrek van vroegere tijden dan een keuzeoverschot in de huidige. En met betrekking tot dat vele twijfelen: twijfel bestaat al zolang er mensen bestaan, en ik heb er ook recht op: als individu, en niet als symptoom van de wereld om me heen.

Maar herkennen twintigers, dertigers, babyboomers etc. zich dan niet in de manier waarop ze omschreven worden? Enerzijds vaak wel, denk ik. Een generatie duiden is een beetje als het voorlezen van een horoscoop: gooi een hoop gemeenplaatsen bij elkaar en iedereen zal zich herkennen. Maar anderzijds is het startpunt van zulke generalisaties vaak heel eenzijdig. Men neme een zwik overwegend blanke, hoogopgeleide randstedelingen en het generatieduiden kan beginnen.

Dat ik mij niet met mijn generatie verbonden voel betekent dan ook niet dat er iets mis is met mij, en ook niet dat er iets mis is met mijn leeftijdsgenoten, het betekent dat er iets mis is met al die ongeïnspireerde lectuur in landelijke dag- en weekbladen die uit een leeftijdsgroep een klein stukje knipt en daar vervolgens net zoveel nietszeggende stukjes aanplakt tot er een portret van een generatie ontstaat. Kenmerkend voor de tijdsgeest zou je kunnen zeggen, helaas, dat wel.