Alternatieve vragen en antwoorden

Het begon ergens halverwege 2016
Een oproep aan de vrouwen van dit land
Vrouwen, stond er, zijn te veel met nietszeggende zaken bezig
en of ze zich even uit wilden spreken over wezenlijkere dingen dan hun kleding of kind
anders zouden ze nooit aan de macht komen
Ik voelde me aangesproken
Ik wilde me al heel lang uitspreken
Laat mij midden in de nacht door de straten van hoofdsteden struinen 

garandeer me dat ik niet verkracht word 

en ik zal het wereldwijde leven beschrijven
dacht ik nog
Maar toen veranderde alles
 van de één op de andere dag
In Amerika hadden ze een nieuwe president gekozen

Het duurde niet lang
of overal op de televisie: woedende menigtes
Mensen voor en mensen tegen, maar allemaal opgegroeid
met die ene westerse maakbaarheidsillusie
ook wel de Amerikaanse droom genoemd
die hen tot dan toe zoet had gehouden:
je kunt worden wat je wil
(tenzij wat je wil worden gelukkig en veilig is
in een land waar je niet geboren bent natuurlijk
in dat geval kun je achteraan in de rij gaan staan
en wachten tot je wordt uitgezet)
je kunt het leven kiezen
(maar dat betekent nog niet
dat je in leven zult blijven)
Miljoenen vrouwen verzamelden zich
omdat ze het zat waren dat ze zich nog altijd
uit moesten spreken over zaken als abortus
en seksuele intimidatie in relatie tot kledingkeuze
Zo zouden ze nooit aan de macht komen

Ik zat op de grond naast de verwarming. Ik luisterde naar het ruisen van mijn bloed dat langs mijn oren stroomde, ontwaarde er zo nu en dan mijn hartslag in. Op Fox News en CNN waren urenlange live-uitzendingen, die zo nu en dan onderbroken werden door een reclame van Qatar airways: a world class airline.

Ondertussen, dichter bij huis,
de vragen die men stelde:
Moeten we bang zijn, minister-president?
Blijft Nederland wel Nederland?

En de vragen die men niet stelde:
Begrijpt u dat aangezien u enerzijds
al jarenlang een beleid voorschrijft
dat het voor bedrijven gemakkelijk maakt
om over de hele wereld a) grondstoffen
uit buitenlandse bodem te halen en b)
buitenlandse arbeiders uit te buiten
in sweatshops en op plantages bijvoorbeeld
om daarna de opbrengsten van a & b weg te sluizen
naar een of andere brievenbus-firma
in het land waarvan u zich dus leider noemt
terwijl u anderzijds zodra zo’n zelfde buitenlander
volkomen marktconform overigens
hier voor een habbekrats een klus wil klaren
(nadat hij of zij hierheen is gevlucht
vanwege oorlogen die uw voorgangers
en bondgenoten mede veroorzaakt hebben
maar laat me daar niet te lang bij stilstaan
want dan wordt het zo pijnlijk)
moord en brand schreeuwt,
dat er mensen zijn
die u een tikkeltje hypocriet vinden?
Wat is het nou: globalisatie
of protectionisme?

Omdat ik me nog altijd uit wilde spreken, moest ik me goed informeren. In de dagen die volgden las ik het ene artikel na het andere.

Maar al gauw moest ik concluderen
dat er vaker wel dan niet sprake was
van journalisten die een spel speelden
waarbij men vijf verschillende meningen nam
ze in een yahtzeekokertje stopte
een paar keer goed schudde
en daarna op het blaadje
bij het kopje ‘objectieve verslaggeving’
het maximale aantal punten invulde
Bovendien doemde steeds vaker
de term ‘alternatieve feiten’ op

In de weken die volgden probeerde ik in mijn eigen informatie te voorzien. Het hele internet struinde ik af. Hoeveel jaarverslagen er online staan, ik weet het niet — vaststaat dat mijn Acrobat Reader overuren draaide. Vooral de Amerikaanse overheid hield alles goed bij en suggereerde zo op uitgekiende wijze volledige transparantie.

Een week ging voorbij. Daarna een jaar
De gevestigde orde kon het zich al gauw veroorloven
zich bij de nieuwe situatie neer te leggen
Diende er zich een ramp aan
ik noem maar wat, een overstroming
die het resultaat was van een stijgende zeespiegel
die het resultaat was van de klimaatverandering
die zij consequent ontkend of weggewoven had
dan liet ze zich nog dezelfde dag
naar een helikopterplatform rijden
terwijl de rest van de mensen huilend het dak op klom
van zijn onbetaalbaar geworden huurwoning

Met de beurzen ging het gelukkig uitstekend
Na iedere overstroming stegen de aandelen
van farmacie- en verzekeringsbedrijven
Bovendien was Amerika Iran binnengevallen
Een prachtige investeringskans
Nederland kon niet achter blijven
en bestelde 30 nieuwe JSFs

Nog een jaar ging voorbij
In Amsterdam blies een moslim zich op
midden op de Dam, bij klaarlichte dag
twee doden en acht gewonden, waarvan één
het levende batman standbeeld
Zelfs hij had de aanslag niet kunnen voorkomen
Mijn agorafobie kwam weer eens om de hoek kijken
Ik bleef wekenlang thuis en keek tv

Op Nederland 1 was een gesprek met de premier
Moeten we bang zijn, minister-president?

Het antwoord dat kwam:
Nee, we mogen ons nooit door angst
laten verlammen en nooit ophouden
met onze manier van leven leven

En het antwoord dat niet kwam:
Nee, we moeten niet bang zijn, maar dankbaar
dat we zoveel chaos en verwarring geschapen hebben
dat ieder wezenlijk gevaar
in ieder geval niet van buiten zal komen
De guerilla-achtige tactiek van zelfmoordterroristen
is meestal een teken van zwakte
een gebrek aan een georganiseerd leger
Vluchtelingenkampen zijn weliswaar
een uitstekende voedingsbodem voor haat
maar een slechte uitvalsbasis
voor wie een rol wil spelen
op de wereldwijde wapenmarkt
of in de olie wil handelen
die zijn land van herkomst herbergt
Zie het maar als een een teken dat wij
hoe zei ik dat in 2016 ook alweer
gewoon door kunnen gaan
met onze beschaafde manier van leven
en kunnen blijven wie we zijn
een open en democratische samenleving

 

Dit gedicht staat in de bundel Als dit zo doorgaat (Ambo Anthos), samengesteld door Auke Hulst,

Nergens last van

Donald Trump is te dik en hoogstwaarschijnlijk dement. Hillary Clinton heeft of had longontsteking en mogelijk ook de ziekte van Parkinson.

Nu de gezondheid van de Amerikaanse presidentskandidaten tot belangrijkste verkiezingsonderwerp is gebombardeerd, is het van groot belang om ze eens aan een grondige medische inspectie te onderwerpen. Vanuit deze gedachte verscheen Trump eerder deze week in de Dr. Oz Show (een soort Dr. Phil show, maar dan voor lichamelijke in plaats van geestelijke kwalen). Het interview ging ongeveer als volgt: De dokter (‘Dr. Oz’), vraagt Trump of hij wel eens ergens last van heeft. Hoofdpijn bijvoorbeeld, of last van zijn buik? Trump antwoordt: ‘Nee, ik heb nooit ergens van. Ja, vroeger had ik wel eens hooikoorts.’ Hij sport weliswaar niet, op hier en daar wat golf na, maar benadrukt dat speeches geven op conventies ook een soort topsport is. Je moet er erg veel bij gebaren. Trump zegt nog even dat zijn vrouw een groot fan is van Dr. Oz, en that’s it. Trump kiezers zullen weer even gerustgesteld zijn.

Opvallend is dat ook Clinton haar recentelijke hoestbuien weet aan hooikoorts. Voordat ze afgelopen week omviel wegens oververhitting en beginnende longontsteking, verteldclintonphotoe ze journalisten dat ze extra anti-histamine pillen nam, omdat ze in de lente en herfst soms een paar dagen lang veel last heeft van hoesten. Verder was Hil doing fantastic.

Ziekte, zo lijkt de achterliggende gedachte bij de heksenjacht die rondom beide kandidaten is ontstaan, is een teken van zwakte. Een goede, sterke leider, heeft op z’n hoogst zo nu en dan last van een allergietje. Trump lijkt zelfs te zeggen: ik eet veel fastfood en sport zelden, maar ik ben zo sterk dat ik ondanks dat kerngezond ben.

Maar hoe is ziekte iets waar je iemand op af kunt rekenen? Het is qua presidentieel kwaliteiten nu juist een van de dingen waar iemand heel weinig hand in heeft. Tuurlijk, je kunt gezond eten en veel sporten (iets wat in ieder geval Trump dus niet doet), maar ook dan, een ziekte kan altijd toeslaan. Campagneleiders proberen de focus op de gezondheid van de kandidaten te verklaren door te doen alsof ze zich enkel afvragen of de kandidaten wel ‘fit’ genoeg zijn om de V.S. te runnen, maar in de artikelen en filmpjes die de ronde doen lijkt de boodschap veel meer te zijn: het gestel van Hillary/Donald is zwak, omdat zijzelf zwak zijn. En wie zwak is, is geen goede vertegenwoordiger van het Amerikaanse maakbaarheids-ideaal.

Als ik een president moest kiezen, zou hoe gezond hij of zij fysiek is niet bovenaan het lijstje staan. Natuurlijk, het is vervelend als je president sterft aan een hartaanval. Maar misschien heeft hij of zij voor het de pijp uitgaan een paar goede beslissingen genomen, en daarna kan er altijd een vervanger komen. Veel vervelender is het als je president neergeschoten wordt door een gek die op de hoek van de straat een geweer heeft gekocht, of als je president een van de weinige mensen in het land is die voor zijn of haar ziekte doeltreffende medische zorg ontvangt, omdat de rest van de mensen het niet kan betalen zich fatsoenlijk te
verzekeren.

Een bekende uitspraak luidt dat iedere natie de leiders krijgt die het verdient. Als dat zo is, zou het me niets verbazen als Trump en Clinton allebei toch ernstig ziek blijken.

De laatste kamer

De laatste kamer

Onlangs droomde ik over een kunstwerk dat een huis was met oneindig veel kamers. Iedere kamer was zichzelf, babykamer of keuken, maar uiteindelijk ging het er vooral om dat iedere kamer naar een andere kamer leidde. In één van de kamers blijven leek me daardoor onmogelijk: dan zou de rest van het kunstwerk onbekend blijven, dan zou ik er nooit achterkomen hoeveel kamers er nog meer waren, en of er een laatste kamer zou zijn, of een uitgang.

Het deed me denken aan een gedicht van Chr. J. van Geel dat ik heel mooi vind:

Kinderen in de laatste kamer
horen fluisteren, horen buiten
grote vogels lopen, horen
namen en hun namen noemen
en ze lachen om wat niet waar is
en toch waar is, alleen veilig
bij elkaar.

Buiten de laatste kamer gebeurt van alles: grote vogels, gefluister – maar de kinderen in de laatste kamer lachen er om. Ze hoeven er niet naartoe, want ze hebben alles al gezien (toegegeven, dit is een nogal positieve lezing van het gedicht: de laatste kamer zou natuurlijk net zo goed de dood kunnen zijn, hoewel dat mijn lezing niet per se hoeft te veranderen). Ik in mijn droom daarentegen moest me bij elke kamer afvragen: is dat wat zich in deze kamer bevindt het waard om te blijven, of moet ik de gok wagen en kijken wat er nog meer te zien valt? De babykamer en de keuken verliet ik zonder moeite, maar de daaropvolgende ruimtes werden steeds groter en complexer, waardoor de vraag op een gegeven moment werd: ga ik naar een volgende kamer, om te kijken wat er daar nog meer is, of blijf ik hier, om te kijken wat er hier nog meer is?

Dat brengt me op het volgende: hoewel ‘vertrekken’ en ‘verlaten’ allebei vertaald kunnen worden met het Engelse ‘to leave’, bestaat er in het Nederlands tussen de twee woorden een wereld van verschil. Verlaten is over het algemeen schrijnender dan vertrekken, omdat er iets achter blijft. Als je verlaat, is een logische vraag: wat verlaat je? Maar aan wie vertrekt vraagt men: waar ga je heen? Mijn droomdilemma zou je dus samen kunnen vatten als: als ik ga, verlaat ik dan of vertrek ik?

De makkelijkste manier om dit dilemma, dat me ook als ik wakker ben vaak hoofdpijn bezorgt, op te lossen is, denk ik, door simpelweg de vooronderstelling op te heffen en niet te gaan. Door te blijven, niet vanuit het idee dat je anders iets achter zou laten wat je nooit meer terug kan krijgen, maar vanuit het idee dat oneindigheid in een menselijk leven niet bestaat en je vroeg of laat toch wel ergens zult moeten verwijlen (al is het maar in je graf, zie hierboven). Je zou kunnen zeggen dat je je dan voor altijd af moet blijven vragen wat er nog meer is, maar alle kamers die je niet bezocht hebt zullen uiteindelijk hun aantrekkingskracht verliezen omdat wat je niet gezien hebt zich niet laat herinneren. Ik was heel even bang dat mijn droom zo een metafoor was geworden voor tevreden zijn met wat je hebt, maar nu zou ik het toch liever noemen: houden waarmee je tevreden bent. Tenslotte, wie bepaalt wat de laatste kamer is? De kamer zelf heeft geen idee van zijn positie in het huis, of in de tijd. Niet de kamer of een aan de kamer verwante instantie bepaalt dat’ie de laatste is, maar de kinderen, door voor altijd in de kamer te blijven. Ik herschreef het gedicht:

Kinderen in de laatste kamer
zijn gaan zitten in de eerste kamer
die ze tegenkwamen, horen hun namen
en noemen hun kamer de laatste
en ze lachen om wat nier waar is
en toch waar is, alleen veilig
bij elkaar.

Ik beboter mijn toast aan beide kanten

Fijn, wanneer iemand met kant-en-klare spreuken komt aanzetten, nietwaar, zodat je alleen nog maar ja hoeft te knikken?

Met deze eerste zin uit het gedicht ‘Ich butter meinen Toast von beiden Seiten’ van Peter Rühmkorf spreekt Peter Rühmkorf iedereen aan, die anderen toestaat voor hem of haar te denken. De toon is meteen gezet: het lijkt alsof persoonlijkheden van mensen steeds meer van buitenaf gestuurd worden, terwijl we intuïtief toch zouden zeggen dat juist persoonlijkheid, persoonlijk bewustzijn, iets is wat door ieder individu zelf geconstitueerd en in stand gehouden wordt. Massamedia en de overheid wortelen zich steeds steeds dieper in onze persoonlijke sfere, tegelijkertijd houden ze ons voor dat we bepaalde keuzes hebben: we hoeven ons niet aan de door hen gecreëerde trends te conformeren. Maar hoe vrij ben je om te kiezen, wanneer je weet dat er voor kiezen niet aan een bepaalde trend mee te doen, er toe zal leiden dat je niet langer meetelt? In hoeverre worden onze keuzes door instanties buiten ons bepaald, en wat zegt dit over de mate waarin we nog met onze eigen wil in contact staan?

Vervreemding

In deel I van het Communistisch Manifest uit 1848 schrijven Marx en Engels: “Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de wapens gesmeed die haar de dood brengen, zij heeft ook de mannen geteeld die deze wapens zullen hanteren.”

Voor Marx is de vervreemde mens een mens die ontstaan is door de veranderingen in arbeidsdeling die gepaard gingen met de industriële revolutie. In bovenstaand citaat komt het woord ‘telen’, dat later bij Sloterdijk nog uitgebreider aan bod zal komen, al voor: de maatschappij is duidelijk onderverdeeld in een ‘telende’ en een ‘geteelde’ klasse, waarbij met de ‘geteelde’ klasse de arbeidersklasse bedoeld wordt. Omdat de arbeider zichzelf enkel in leven kan houden door de door de kapitalistische maatschappij vervaardigde producten te kopen, wordt hij indirect gedwongen tot arbeid.

Bij Marx kent het proces van vervreemding verschillende, opeenvolgende fasen. Allereerst raakt de arbeider vervreemd van zijn product, omdat hij in plaats van het gemaakte product zelf, slechts een percentage van de opbrengst van het product in loon uit krijgt betaald. Deze vervreemding wordt vervolgens versterkt wanneer er een steeds verder gevorderde mate van specialisatie intreedt: op het moment dat iemand enkel nog een paar schroefjes hoeft te maken, in plaats van de hele fiets, komt het product verder van de maker af te staan. De arbeider is zich niet langer bewust van wat hij produceert. Zo is dus ook het proces van arbeid zelf tot een vervreemdend proces geworden, waarna de arbeider bovendien van zichzelf vervreemd raakt. Zijn bestaan bestaat uit handelingen die hij niet thuis kan brengen. Tenslotte raakt hij zo ook, wanneer hij van zijn eigen wezen vervreemd is geraakt, vervreemd van zijn medemens. In een poging niet langer afhankelijk te zijn van de natuur, raken we uiteindelijk bovendien juist afhankelijk van de natuur: natuurlijke bronnen en brandstoffen bepalen in welke mate we kunnen produceren, en daarna consumeren. Het lijkt alsof Rühmkorf naar dit vervreemdingsproces verwijst wanneer hij zegt:

Ideen rauschen so ran und fliegen vorbei, es stehn
aber gar keine richtigen Menschen mehr dahinter,
nur noch Betriebstankwarte,
nur Petroleumschwengel.

De producten zijn bij Rühmkorf echter geen dingen, maar ideeën. Er heeft in der tijd blijkbaar een bepaalde verschuiving plaatsgevonden: het lijkt alsof niet langer enkel materiële objecten, maar nu ook immateriële zaken aan de automatisering zijn onderworpen. Rühmkorfs gedicht is zowel een beschrijving van de stand van zaken, alsook een voorspelling.

Manchmal glaube ich allerdings, diesen Schleim
kann die Menschheit auf Dauer gar nicht einschlürfen,
ohne dass sich ihr das Bewusstsein umdreht.
Deine Augen haben schon gar keinen Inhalt mehr,
so seh ich das. 

Het ‘Schleim’ dat de mensheid wordt voorgehouden, heeft tot gevolg dat het bewustzijn van de mensheid zich ‘omkeert’. Het bewustzijn wordt hier dus beïnvloed door iets van buitenaf.

Het knikken met het hoofd uit de eerste zin behoeft geen innerlijke overtuiging: het ophouden van de schijn bepaalde ideeën te onderschrijven is voldoende. Het is lastig te zeggen wat hier precies bedoeld wordt met het ‘omgekeerde bewustzijn’, omdat bewustzijn zo’n ongrijpbaar begrip is, maar ik denk dat Rühmkorf hiermee ongeveer hetzelfde wil zeggen als Marx zegt wanneer hij het over de vervreemde mens heeft. Een mens van wie de ideeën onder druk van buitenaf zijn omgekeerd, moet wel van zichzelf vervreemd zijn. De vraag rijst bovendien of een mens die enkel als ‘oliezwengel’ functioneert, überhaupt nog ideeën kan hebben. De ogen van de mens in het gedicht zijn inhoudsloos geworden.

Huiselijkheid

In Regels voor het mensenpark beschrijft Peter Sloterdijk aan de hand van Heidegger hoe de  mens zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld tot het wezen dat hij nu is. Langzaamaan begon de mens invloed uit te oefenen op de dingen om hem heem: de natuur werd getemd, dieren werden tot huisdieren gemaakt, op een gegeven moment trok de mens in in het ‘huis der taal’, en uiteindelijk ging de mens zich ook in daadwerkelijke huizen vestigen: Continue reading “Ik beboter mijn toast aan beide kanten”

Maggie Nelson over taal & sorry.

“Afraid of assertion. Always trying to get out of “totalizing” language, i.e., language that rides roughshod over specificity; realizing this is another form of paranoia. Barthes found the exit to this merry-go-round by reminding himself that “it is language which is assertive, not he.” It is absurd, Barthes says, to try to flee from language’s assertive nature by “add[ing] to each sentence some little phrase of uncertainty, as if anything that came out of language could make language tremble.”

My writing is riddled with such tics of uncertainty. I have no excuse or solution, save to allow myself the tremblings, then go back in later and slash them out. In this way I edit myself into a boldness that is neither native nor foreign to me.

At times I grow tired of this approach, and all its gendered baggage. Over the years I’ve had to train myself to wipe the sorry off almost every work e-mail I write; otherwise, each might begin, Sorry for the delay, Sorry for the confusion, Sorry for whatever. One only has to read interviews with outstanding women to hear them apologizing. But I don’t intend to denigrate the power of apology: I keep in my sorry when I really mean it. And certainly there are many speakers whom I’d like to see do more trembling, more unknowing, more apologizing.”

– Maggie Nelson in The Argonauts, p. 98, Graywolf Press, 2015

Stel je voor:

Je bent met vrienden in het café en ziet een leuke man/vrouw aan de bar staan – laten we om onhandig gehannes met persoonlijke voornaamwoorden te voorkomen zeggen dat het een vrouw is. Voor je het weet hebben jullie oogcontact. Je bestelt een rondje bier en zorgt ervoor dat je een glas teveel bestelt, zodat je haar het overgebleven biertje aan kan bieden. Geen hele geraffineerde truc, waarschijnlijk heeft ze je meteen al door, maar toch raken jullie aan de praat. Het is een goed gesprek, je hebt het idee dat je zinnige dingen zegt, ookal zal je je de volgende dag een beetje schamen omdat je in je enthousiasme te snel teveel prijs hebt gegeven, iets wat je eigenlijk altijd doet, maar waar je desalniettemin keer op keer een beetje beduusd van raakt. Het café is gevuld met gelach en muziek, sommige mensen zingen de refreinen van de liedjes mee. De muziek is niet helemaal jouw smaak, maar het kan er mee door. Continue reading “Stel je voor:”

Generatieconflict

Ik stel het me ongeveer zo voor: Het is ochtend. De eerstvolgende editie van Een Grote Krant/Een Leuk Tijdschrift is volop in de maak en op een groot deel van de redactie klinkt het tevreden gezoem van hard werkende mensen. Op de afdeling van het lifestylekatern zit men echter met de handen in het haar: er moet nog een pagina of drie, vier gevuld worden. In paniek komt men bijeen op het kantoor van de hoofdredactrice. Wat te doen? Alle ideeën zijn op. Iemand oppert om dan maar een extra dun lifestylekatern uit te geven, maar dat idee verdwijnt meteen in de prullenbak, want dit is nou juist het katern waar De Krant/Het Tijdschrift het van moet hebben. Dan steekt één van de medewerkers voorzichtig zijn hand op ‘Misschien een stuk over de instagram-generatie?’ Opgelucht valt men elkaar in de armen.

Continue reading “Generatieconflict”