Het probleem van de angst – Kenneth Koch

Naar: The Problem of Anxiety – Kenneth Koch

 

Het probleem van de angst

Een serieuze belemmering van alle inspanningen
van verstand, lichaam en geest is angst,
door Freud beschreven als een soort gejaagde terugkeer
naar kinderlijke hulpeloosheid. In deze dagen
(van kind-zijn) toen je alleen nog maar kon spartelen,
deed je dat (spartelen) en gillen en schuimbekken en
moeder kwam. Nu komt moeder niet meer, hoewel je
geplaagd wordt door verschrikkelijke dingen en toch
gedragen lichaam en geest zich als toen. Je
wordt koud en heet, je trilt, je snakt naar adem en huilt
en al je zenuwen spannen zich tegelijkertijd aan.
Angst! Hoe erg je bent! Erger nog
in zekere zin, dan je oorzaak! Alsof je bent vastgepind,
hulpeloos, spartel je daar, Lezer, en wat
zal je afschuwelijke staat genezen? Blijf bij me
en ik probeer je te helpen. Misschien dat zelfs lezen
over angst het makkelijker te verdragen maakt. Wat het veroorzaakt.
Tegenover de psychogenese (hierboven
beschreven) staan de volgende gevallen: één)
Je bent op een punt gekomen waarop je moet kiezen,
het één of het ander, allebei zeer belangrijk voor je leven
en je geluk, en je hebt geen manier om te kiezen – je kunt
het niet verdragen één van beide te verliezen. Is het
het directeurschap van een bank of de liefde van een meisje? Een kans
om bij Stravinsky te studeren, of een evengrote kans
de taal der dieren te leren? De Maharooshi is in de stad,
voor slechts twee weken, de man van de dierentaal,
en Stravinsky zal jou ook willen dan, en slechts dan.
Resultaat? Angst! Je valt op de grond en trilt,
je spartelt, je roept en je huilt. Het probleem is
dat je in deze staat waarschijnlijk allebei
de mogelijkheden zult verliezen, dus moet je iets doen
om hier uit te geraken. Wat als de banktoezichters kwamen
en je zo zagen? En wat
als het meisje zag hoe gek je bent? Je moet dus proberen
de betere van de twee te kiezen. Wat als de Maharooshi
je kon zien zoals je nu bent? Zou hij jou de uitverkorene
de dierentaal te spreken achten? En Stravinsky –
“Hoe kan deze persoon de intensiteit
van een week studeren met mij verdragen? Nee! Streep hem door!”
Alles kan goed komen. Als je bankdirecteur bent geworden zul je
andere liefdes hebben, of in ieder geval de herinnering aan
pijnlijk opgeofferde liefde, hetgeen soms
de beste ervaring van het leven kan zijn:
hoewel verloren, kan de herinnering je gelukkig maken. Als je
daarentegen het directeurschap laat varen
en het meisje kiest, hoe sterk zul je je dan voelen,
zoveel voor de liefde over te hebben! Er is een kans, natuurlijk
dat je je hoe dan ook rot zult voelen: met
het meisje, dat je je kans hebt opgegeven
een groter leven te leiden, met geld, met macht, en
voor iets moois bent gegaan, misschien zul je haar op een dag
zelfs gaan haten, je lieve Sally, het ergste
dat zou kunnen gebeuren. En als je de bank kiest
en zij gaat er vandoor met een ander, of sterft, of weigert te wachten,
hoe vreselijk! Je zult je zo verlaten voelen! En
een schot klinkt. Hij is weg! Maar iemand
hield nog van hem. Hij wist het niet. Het kan
echter ook zo zijn dat de bank je slechts op de proef stelt, je
omgang met menselijke gevoelens test, het soort man
dat ze voor hun zaken zoeken. Of misschien
bewondert Sally je voor wat je hebt gedaan. Maharooshi of Stravinsky
zou onder de indruk kunnen zijn
van de morele weerstand die je toonde. Dus
sta op, zelfs als je, om dat te doen, een stoel vast
moet houden. Wellicht dat je je, zodra je het ene besloten hebt,
direct bewust wordt van het feit dat deze beslissing
een beslissing is die je niet verdragen kunt, dus kun je
van gedachten veranderen, en dit keer definitief, nu
je de gevolgen beleefd hebt, hoewel je
voorzichtig moet zijn dat iets soortgelijks niet in rap
tempo opnieuw blijft gebeuren, of je zult
weer terug bij af zijn. Een andere oorzaak van
angst is, twee) je hebt een intern conflict
tussen zelfverrijking en dat wat volgens jou
het ethisch juiste is. Dit kan een vorm
van (een) (hierboven) zijn, maar het is een bijzondere
en heeft heel veel angst veroorzaakt dus ik
zal het als een aparte oorzaak behandelen: een enorme
lading zeep nadert de haven, en je kunt winst maken
door dit niet aan de aandeelhouders te vertellen.
Zij baden zich nog met kleine brokjes
zeep omdat ze denken dat er een tekort is
en de prijs van de lading blijft maar dalen. Nu
kan je een miljoen aandelen voor vijftien dollar kopen,
en met de lading binnen stijgt de prijs nog steeds, maar
je raakt met angst vervuld! Waarom zouden de
aandeelhouders niet weten dat de zeepschepen
de schuimende havens binnenvaren van deze droom
die doodgewone realiteit is? Je kunt het zeepgeld
niet opgeven en je kunt geen
oneerlijke zaken doen. Dus krimp je op de grond ineen. Sta
op! Als je het hen vertelt kunnen jullie
het geld tenminste delen! Als je
twee dagen op de grond ligt zal er geen
geld over zijn! De boten zullen aanleggen
en vertrekken met de Ivory nog aan boord, de
Palmolive, de Camay. En een fortuin is verloren.
Hoe fijn om beneden in de haven te zijn, fris
en niet met het leven in de knoop, niet verscheurd door schuld
en opkomende angst voor de gedachte aan geld verdienen! De lucht
in te ademen en de branding te zien, slechts te denken aan
de zijkanten van de schepen! En de blauwe kapitein te zien,
een overwinnaar te zijn tussen schoorstenen met gele en rode rook!
Komt men werkelijk in zulke situaties? En
zo ja, hoe? En wanneer? Worden niet zelfs kleine jongetjes geplaagd
door gevoelens die ze niet aankunnen? “Hou ik genoeg van haar? Hij
lijkt stil. Hij wordt ouder. Terwijl ik
sterker word. Wat kan ik doen om van zulke verschrikkelijke gevoelens
af te komen?” Dus, hoewel de frisse lucht en de steigers deze
gevoelens een tijdlang weg jagen, kunnen ze terugkomen.
En als je gedwongen werd door je moeder om, zeg, je vaders
scheerschuim te stelen en aan de buren te verkopen, zullen ze waarschijnlijk terugkeren,
nu je groot bent, de scheepslading binnenkomt, je voor zijn problemen stelt,
en op één van deze momenten slaat de angst toe. Heb je ooit gemerkt
hoe mensen met hun ouders verwikkeld zijn
hun hele leven lang? Geluk heeft wie ‘goede ouders’ heeft,
die je niet kwellen, verdelen, en je voor de rest van je leven
een angstvorm in pletten! Maar kan iemand dit voorkomen?
Ik vraag me af of iemand dat volkomen kan. Maar volkomenheid
is niet alles, of maar de belangrijkste zorg die we hier hebben.
Want leven is “relatief”, net als ouders
slechts een relatief deel van het leven vormen. De Egyptenaren moeten het geweten hebben
toen ze goden maakten van katten en paarden en
honden, dat een mens onvolmaakt is. Een dier
is, uiteraard, belachelijk inferieur aan
een mens, maar kan versimpeld worden, en over
gefantaseerd, zoals dat met een mens niet kan. En ook
hebben dieren nauwelijks angstaanvallen. Hoe kun je
een god hebben met angst? Denk aan Jehova
in paniek. “Wat moet ik doen?” En
denk op dezelfde wijze aan Jezus en denk aan de Heilige Geest.
Noch is er iets bekend over angst die de hemel
van de oude Grieken bestormt. Apollo lag niet hulpe-
loos te lijden terwijl zijn pijlen uit eigen beweging
de zon uit spatten, duizenden dodend. Noch rende
de mediterrane Jupiter hulpeloos en met gescheurde toga
naar Scamander toe, een trillende hand in zijn haar.
Men heeft Zoroaster nooit horen stotteren, eigenlijk zijn goden
misschien wel wat wij, mensen, ons voorstellen
bij angstvrije wezens – de enigen in staat over ons te heersen.
Het contrast van hun geluk met ons (relatieve)
gebrek er aan, hoeft, als we in hen geloven, geen al te groot
probleem te zijn, aangezien we deze gevoelens met gebed kunnen verhelpen,
iets waarmee sommigen
beweren hun angst te hebben bezworen. Of misschien met het antwoord op het gebed –
dat waarschijnlijk uit de persoon zelf komt – iets als
het antwoord van dit gedicht, dat “Sta op!” is, zou ik zeggen “en vertel
de anderen over de zeep. Het zal goed voor je hart zijn.”
Drie) een oorzaak van angst die meer van deze twee verschilt
dan de twee van elkaar is
het algemene gevoel van sterfelijkheid en boven het hoofd hangende
verdoemenis. Het wonder is, lijkt het soms, dat wie dan ook
in staat is wat dan ook te doen, wanneer hij weet dat hij
dood gaat. Maar de wereld lijkt verder te gaan,
en misschien gaat ze met name verder vanwege mensen met geloof
in God en in onsterfelijkheid, want die
zijn er nog, en als deze mensen weg zijn
zal de wereld ineenstorten, of misschien is het onwetendheid,
waardoor “geen jongen gelooft ooit te zullen sterven,”
of misschien vanwege een mysterieus overblijfsel uit
het verleden, toen men wel geloofde in een zin
van het leven, en in continuïteit, of misschien is het mogelijk je leven
te leven, en dit is wat ik waar acht, MET deze verschrikkelijke kennis.
Maar het is er, altijd, en kan snijden
als een mes, je kunt op de grond vallen
met deze angst, en Wat is hier een medicijn voor? Want
we zullen doodgaan, geen twijfel daarover. We trillen
en denken Wat is de zin van dit alles? Maar
‘Zin’ betekent niet ‘Eeuwigheid’. Het heeft zin
een raam te openen: je laat wat lucht binnen; en zin
om een pijl te schilderen: mensen zullen weten waar iets is. Maar wat
is de zin van deze individuele handelingen als ze
alle tezamen geen zin hebben? Hierop
heb ik geen antwoord, maar het leven is hoe dan ook beter als je niet op de vloer ligt.
Een wandeling met jou te maken, hoe heerlijk dat is! en
te praten over het genezen van angst! deze bloesem
Te plukken, het is een paarse, ik noem hem
L’innocence retrouvée, wat betekent dat? Het is
Frans. En op deze zomerdagen met jou naar
Lo Fungs Restaurant te gaan, en de rijst te eten! Met jou
te slapen, wakker te worden, en het idee
van doodgaan te hekelen, dat is het leven! Maar
ieder moment kan de angst voor de dood toeslaan. Dan
verzinkt alles in wanhoop. Je verantwoordelijkheden zich laten opstapelen is een andere
oorzaak van angst die je zou kunnen verhelpen door dingen te doen. Als
je arm verlamd aanvoelt, houd vol. Spoedig
zul je de dingen die je moet doen kunnen doen,
vrij van angst, hoewel deze opnieuw toe kan slaan
met een andere reden. Vijf) een oorzaak
van angst is het gevoel dat je niet goed bent
en de bron hiervan kan zijn dat je inderdaad
Niet goed bent, dat wil zeggen je hebt dingen gedaan
waar je niet achter staat, of misschien komt het door
onbekende bronnen van schuld uit je vroege jeugd. Vaak
komt het door beide, dit gevoel niet goed te zijn
en het is moeilijk er mee om te gaan, maar de medische wetenschap
boekt veel successen bij het genezen ervan, dus nadat je zelf geprobeerd hebt
beter te handelen, raad ik je aan naar een dokter te gaan
En daar te gaan liggen in plaats van op je
vloer, die inmiddels waarschijnlijk een puinhoop is
dus ruim hem op. Opruimen is vaak een
goed middel tegen milde angst, net als
dingen recht strijken, ordenen, dingen opstapelen
en neerzetten, ze oprapen
en ergens heendragen, wat was doen,
een maaltijd bereiden, de lampen vervangen, een tuin
bezaaien, er voor zorgen, naar de bloembollen kijken
tot het donker wordt, dan snel
wat vrienden bellen. Het begin van de avond,
het einde van het daglicht, is een moeilijk moment
voor veel mensen, grote en kleine zielen
voelen dan angst. De gordijnen dichtdoen en
een lamp aan en ergens
in opgaan is een goed idee. Dit
zijn kleine veroorzakers van angst, zoals de angst
voor geen hotel, wanneer je reist of,
wanneer je eet, voor ziek worden
van hetgene dat je eet. Er is (zes)
de vrees ergens in te mislukken; welke
een gevaarlijk soort angst kan veroorzaken. Misschien
is het ook de angst voor slagen. Lastig
deze twee van elkaar te onderscheiden. In elk geval,
deze angst is slecht want ze zorgt ervoor dat je
faalt, of je het nou wilde of niet. Een aantal
symptomen van angst die ik nog niet heb genoemd
tot dusver zijn buikpijn, zowel milde
als hevige, soms gepaard met diarree, soms
niet; hoofdpijn, van mild tot hevig, uitslag op de vingers
en handpalmen; klappertanden; stotteren;
tijdelijke blindheid; bedplassen; overgeven; ongecontroleerd
bewegen van handen en voeten; uitgebreid
met het hoofd schudden; nekverlamming; torsoverlamming;
permanente of semipermanente seksuele opwinding; kokhalzen;
interesseverlies; verlies van eetlust; verlies van
verlangens. Het is duidelijk, nietwaar, dat het beter is
deze symptomen niet te hebben, hoewel ze
ons soms kunnen helpen, met name
in de gevallen waarin ze nodig blijken om duidelijk te maken
dat iemand de dingen niet doet zoals hij zou moeten, en
niets anders deze boodschap draagt. Want we kunnen
lang door blijven gaan in het donker. En angst betekent GEVAAR!
soms helpt het ons, soms niet. Natuurlijk
zou het beter zijn als we het zover niet zouden
laten komen, en als we beter georganiseerde levens leidden
en een betere jeugd hadden gehad en ons
psychoanalyse konden veroorloven om de ergste perioden
aan te pakken, maar het zou naïef van me zijn te denken
dat al deze dingen het voor altijd zouden verhelpen,
denk ik – hoewel ze wel degelijk
zouden helpen. Terwijl ik dit gedicht schrijf voel ik
een spanning in mijn nek en schouders, een lichte
steek in mijn hart en een licht trekken boven
mijn linker oog, en dit, dit alles, denk ik, is angst,
niet z’n wraak nemend omdat ik dit
opschrijf, want het is er altijd, zet z’n vlaggen uit,
z’n tenten, z’n gitaren. Ik denk dat het komt
doordat ik me zorgen maak over het beëindigen van dit gedicht
waarvan ik hoopte dat het me van mijn angst zou genezen maar dat
dat niet volledig lijkt te doen, en omdat ik me natuurlijk afvraag
of het wel een goed gedicht is, en ook denk ik
aan alles dat ik nog moet doen voordat ik mijn koffer pak
en deze kamer verlaat waarin ik me bevind, voor nog een week
lesgeven, waarop ik me niet heb voorbereid (zoals
gewoonlijk, hoewel ik beter ben dan vroeger) en voor
allerlei mensen tegenkomen met wie ik
ongedefinieerde relaties onderhoud, en voor het zien van mijn belastingadviseur
omdat de overheid mijn teruggaaf over 1972 controleert,
en voor door New York lopen, voor er met de auto heen rijden
en de auto parkeren, en dan naar huis gaan, en proberen
te slapen, en vóór dit alles, voor deze rotzooi van papieren
opruimen, die over de hele studio verspreid liggen, elk
stapeltje maakt me bang, elk stapeltje is iets
dat ik bijeen moet rapen en waar ik iets mee moet doen
in plaats van dit gedicht te schrijven, maar is dit
van alle dingen niet het beste wat ik doen kan? Nou, mijn
hoofdpijn is erger nu en bevindt zich aan beide kanten,
hoewel nog altijd mild, en ik lig niet
op de grond.

 

 

Continue Reading

De laatste kamer

De laatste kamer

Onlangs droomde ik over een kunstwerk dat een huis was met oneindig veel kamers. Iedere kamer was zichzelf, babykamer of keuken, maar uiteindelijk ging het er vooral om dat iedere kamer naar een andere kamer leidde. In één van de kamers blijven leek me daardoor onmogelijk: dan zou de rest van het kunstwerk onbekend blijven, dan zou ik er nooit achterkomen hoeveel kamers er nog meer waren, en of er een laatste kamer zou zijn, of een uitgang.

Het deed me denken aan een gedicht van Chr. J. van Geel dat ik heel mooi vind:

Kinderen in de laatste kamer
horen fluisteren, horen buiten
grote vogels lopen, horen
namen en hun namen noemen
en ze lachen om wat niet waar is
en toch waar is, alleen veilig
bij elkaar.

Buiten de laatste kamer gebeurt van alles: grote vogels, gefluister – maar de kinderen in de laatste kamer lachen er om. Ze hoeven er niet naartoe, want ze hebben alles al gezien (toegegeven, dit is een nogal positieve lezing van het gedicht: de laatste kamer zou natuurlijk net zo goed de dood kunnen zijn, hoewel dat mijn lezing niet per se hoeft te veranderen). Ik in mijn droom daarentegen moest me bij elke kamer afvragen: is dat wat zich in deze kamer bevindt het waard om te blijven, of moet ik de gok wagen en kijken wat er nog meer te zien valt? De babykamer en de keuken verliet ik zonder moeite, maar de daaropvolgende ruimtes werden steeds groter en complexer, waardoor de vraag op een gegeven moment werd: ga ik naar een volgende kamer, om te kijken wat er daar nog meer is, of blijf ik hier, om te kijken wat er hier nog meer is?

Dat brengt me op het volgende: hoewel ‘vertrekken’ en ‘verlaten’ allebei vertaald kunnen worden met het Engelse ‘to leave’, bestaat er in het Nederlands tussen de twee woorden een wereld van verschil. Verlaten is over het algemeen schrijnender dan vertrekken, omdat er iets achter blijft. Als je verlaat, is een logische vraag: wat verlaat je? Maar aan wie vertrekt vraagt men: waar ga je heen? Mijn droomdilemma zou je dus samen kunnen vatten als: als ik ga, verlaat ik dan of vertrek ik?

De makkelijkste manier om dit dilemma, dat me ook als ik wakker ben vaak hoofdpijn bezorgt, op te lossen is, denk ik, door simpelweg de vooronderstelling op te heffen en niet te gaan. Door te blijven, niet vanuit het idee dat je anders iets achter zou laten wat je nooit meer terug kan krijgen, maar vanuit het idee dat oneindigheid in een menselijk leven niet bestaat en je vroeg of laat toch wel ergens zult moeten verwijlen (al is het maar in je graf, zie hierboven). Je zou kunnen zeggen dat je je dan voor altijd af moet blijven vragen wat er nog meer is, maar alle kamers die je niet bezocht hebt zullen uiteindelijk hun aantrekkingskracht verliezen omdat wat je niet gezien hebt zich niet laat herinneren. Ik was heel even bang dat mijn droom zo een metafoor was geworden voor tevreden zijn met wat je hebt, maar nu zou ik het toch liever noemen: houden waarmee je tevreden bent. Tenslotte, wie bepaalt wat de laatste kamer is? De kamer zelf heeft geen idee van zijn positie in het huis, of in de tijd. Niet de kamer of een aan de kamer verwante instantie bepaalt dat’ie de laatste is, maar de kinderen, door voor altijd in de kamer te blijven. Ik herschreef het gedicht:

Kinderen in de laatste kamer
zijn gaan zitten in de eerste kamer
die ze tegenkwamen, horen hun namen
en noemen hun kamer de laatste
en ze lachen om wat nier waar is
en toch waar is, alleen veilig
bij elkaar.

Continue Reading

Ik beboter mijn toast aan beide kanten

Fijn, wanneer iemand met kant-en-klare spreuken komt aanzetten, nietwaar, zodat je alleen nog maar ja hoeft te knikken?

Met deze eerste zin uit het gedicht ‘Ich butter meinen Toast von beiden Seiten’ van Peter Rühmkorf spreekt Peter Rühmkorf iedereen aan, die anderen toestaat voor hem of haar te denken. De toon is meteen gezet: het lijkt alsof persoonlijkheden van mensen steeds meer van buitenaf gestuurd worden, terwijl we intuïtief toch zouden zeggen dat juist persoonlijkheid, persoonlijk bewustzijn, iets is wat door ieder individu zelf geconstitueerd en in stand gehouden wordt. Massamedia en de overheid wortelen zich steeds steeds dieper in onze persoonlijke sfere, tegelijkertijd houden ze ons voor dat we bepaalde keuzes hebben: we hoeven ons niet aan de door hen gecreëerde trends te conformeren. Maar hoe vrij ben je om te kiezen, wanneer je weet dat er voor kiezen niet aan een bepaalde trend mee te doen, er toe zal leiden dat je niet langer meetelt? In hoeverre worden onze keuzes door instanties buiten ons bepaald, en wat zegt dit over de mate waarin we nog met onze eigen wil in contact staan?

Vervreemding

In deel I van het Communistisch Manifest uit 1848 schrijven Marx en Engels: “Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de wapens gesmeed die haar de dood brengen, zij heeft ook de mannen geteeld die deze wapens zullen hanteren.”

Voor Marx is de vervreemde mens een mens die ontstaan is door de veranderingen in arbeidsdeling die gepaard gingen met de industriële revolutie. In bovenstaand citaat komt het woord ‘telen’, dat later bij Sloterdijk nog uitgebreider aan bod zal komen, al voor: de maatschappij is duidelijk onderverdeeld in een ‘telende’ en een ‘geteelde’ klasse, waarbij met de ‘geteelde’ klasse de arbeidersklasse bedoeld wordt. Omdat de arbeider zichzelf enkel in leven kan houden door de door de kapitalistische maatschappij vervaardigde producten te kopen, wordt hij indirect gedwongen tot arbeid.

Bij Marx kent het proces van vervreemding verschillende, opeenvolgende fasen. Allereerst raakt de arbeider vervreemd van zijn product, omdat hij in plaats van het gemaakte product zelf, slechts een percentage van de opbrengst van het product in loon uit krijgt betaald. Deze vervreemding wordt vervolgens versterkt wanneer er een steeds verder gevorderde mate van specialisatie intreedt: op het moment dat iemand enkel nog een paar schroefjes hoeft te maken, in plaats van de hele fiets, komt het product verder van de maker af te staan. De arbeider is zich niet langer bewust van wat hij produceert. Zo is dus ook het proces van arbeid zelf tot een vervreemdend proces geworden, waarna de arbeider bovendien van zichzelf vervreemd raakt. Zijn bestaan bestaat uit handelingen die hij niet thuis kan brengen. Tenslotte raakt hij zo ook, wanneer hij van zijn eigen wezen vervreemd is geraakt, vervreemd van zijn medemens. In een poging niet langer afhankelijk te zijn van de natuur, raken we uiteindelijk bovendien juist afhankelijk van de natuur: natuurlijke bronnen en brandstoffen bepalen in welke mate we kunnen produceren, en daarna consumeren. Het lijkt alsof Rühmkorf naar dit vervreemdingsproces verwijst wanneer hij zegt:

Ideen rauschen so ran und fliegen vorbei, es stehn
aber gar keine richtigen Menschen mehr dahinter,
nur noch Betriebstankwarte,
nur Petroleumschwengel.

De producten zijn bij Rühmkorf echter geen dingen, maar ideeën. Er heeft in der tijd blijkbaar een bepaalde verschuiving plaatsgevonden: het lijkt alsof niet langer enkel materiële objecten, maar nu ook immateriële zaken aan de automatisering zijn onderworpen. Rühmkorfs gedicht is zowel een beschrijving van de stand van zaken, alsook een voorspelling.

Manchmal glaube ich allerdings, diesen Schleim
kann die Menschheit auf Dauer gar nicht einschlürfen,
ohne dass sich ihr das Bewusstsein umdreht.
Deine Augen haben schon gar keinen Inhalt mehr,
so seh ich das. 

Het ‘Schleim’ dat de mensheid wordt voorgehouden, heeft tot gevolg dat het bewustzijn van de mensheid zich ‘omkeert’. Het bewustzijn wordt hier dus beïnvloed door iets van buitenaf.

Het knikken met het hoofd uit de eerste zin behoeft geen innerlijke overtuiging: het ophouden van de schijn bepaalde ideeën te onderschrijven is voldoende. Het is lastig te zeggen wat hier precies bedoeld wordt met het ‘omgekeerde bewustzijn’, omdat bewustzijn zo’n ongrijpbaar begrip is, maar ik denk dat Rühmkorf hiermee ongeveer hetzelfde wil zeggen als Marx zegt wanneer hij het over de vervreemde mens heeft. Een mens van wie de ideeën onder druk van buitenaf zijn omgekeerd, moet wel van zichzelf vervreemd zijn. De vraag rijst bovendien of een mens die enkel als ‘oliezwengel’ functioneert, überhaupt nog ideeën kan hebben. De ogen van de mens in het gedicht zijn inhoudsloos geworden.

Huiselijkheid

In Regels voor het mensenpark beschrijft Peter Sloterdijk aan de hand van Heidegger hoe de  mens zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld tot het wezen dat hij nu is. Langzaamaan begon de mens invloed uit te oefenen op de dingen om hem heem: de natuur werd getemd, dieren werden tot huisdieren gemaakt, op een gegeven moment trok de mens in in het ‘huis der taal’, en uiteindelijk ging de mens zich ook in daadwerkelijke huizen vestigen:

Continue Reading

Voor wie verdrietig is

Alles voelt ver weg voor wie verdrietig is: de huizen van je vrienden, de supermarkt op de hoek, zelfs het werk dat je gister deed, zelfs de wc die je net nog bezocht, zelfs het bed waar je dagenlang in ligt is niet vanzelfsprekend dichtbij.

In principe kun je ook dagenlang in bed liggen zonder je slecht te voelen. Technisch gezien is het er goed toeven: warm, zacht, en meestal met een stapeltje boeken binnen handbereik. Moe is niet hetzelfde als verdrietig, nietsdoen niet altijd een teken van verveling. Vroeger zou men een depressie misschien omschrijven met de term Weltschmerz: een niet te vervullen verlangen naar min of meer alles, de wereld die tekortschiet, nooit zal kunnen voldoen aan de eisen van de geest, en dus: lijden aan de wereld. Maar de 21ste eeuwse, westerse depressie kenmerkt zich vooral door een gebrek aan verlangen wegens een gebrek aan gebrek: overvloed. De rollen zijn omgekeerd – de geest zal nooit kunnen voldoen aan de eisen van de wereld, die zich voortdurend opdringt in de vorm van geluiden, beelden, meldingen, meningen. Verlangen heft zichzelf op doordat ieder verlangen ogenblikkelijk ingelost wordt, of dat in ieder geval zou kunnen worden, en verlangen dat niet tenminste een tijdje aanhoudt, kun je nauwelijks nog verlangen noemen.

Het resultaat zijn lege dagen. Dagen die voorbij kabbelen, maar die een apathische vorm van verdriet herbergen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Het alledaagse behelst een gevoel van niet verder kunnen, voeten vast in het cement van je onverstoorbare gemoed. Wat je ook doet, je voelt niets. Wat je ook zou voelen, je zou niets doen. Een eindeloos uitzicht, dat desalniettemin aanvoelt als een blinde muur.

Dingen die apathisch verdriet op kunnen roepen:

een kampeerspullen-outlet op de bovenste verdieping van een bedrijvenpand
een autoshowroom op dinsdagochtend
de geur van een leren bank in een huis van iemand die je nauwelijks kent
de koude tegelvloer in de gang van datzelfde huis
de luchtverfrisser in datzelfde huis
een goedkope schoenenwinkel in de jaren ’90
tijdschriften op een glazen wachtkamertafel
een plantenbak vol hydrokorrels
en, vanzelfsprekend, een nagenoeg uitgestorven vliegveld ver na middernacht

Continue Reading

Maggie Nelson over taal & sorry.

“Afraid of assertion. Always trying to get out of “totalizing” language, i.e., language that rides roughshod over specificity; realizing this is another form of paranoia. Barthes found the exit to this merry-go-round by reminding himself that “it is language which is assertive, not he.” It is absurd, Barthes says, to try to flee from language’s assertive nature by “add[ing] to each sentence some little phrase of uncertainty, as if anything that came out of language could make language tremble.”

My writing is riddled with such tics of uncertainty. I have no excuse or solution, save to allow myself the tremblings, then go back in later and slash them out. In this way I edit myself into a boldness that is neither native nor foreign to me.

At times I grow tired of this approach, and all its gendered baggage. Over the years I’ve had to train myself to wipe the sorry off almost every work e-mail I write; otherwise, each might begin, Sorry for the delay, Sorry for the confusion, Sorry for whatever. One only has to read interviews with outstanding women to hear them apologizing. But I don’t intend to denigrate the power of apology: I keep in my sorry when I really mean it. And certainly there are many speakers whom I’d like to see do more trembling, more unknowing, more apologizing.”

– Maggie Nelson in The Argonauts, p. 98, Graywolf Press, 2015

Continue Reading

Stel je voor:

Je bent met vrienden in het café en ziet een leuke man/vrouw aan de bar staan – laten we om onhandig gehannes met persoonlijke voornaamwoorden te voorkomen zeggen dat het een vrouw is. Voor je het weet hebben jullie oogcontact. Je bestelt een rondje bier en zorgt ervoor dat je een glas teveel bestelt, zodat je haar het overgebleven biertje aan kan bieden. Geen hele geraffineerde truc, waarschijnlijk heeft ze je meteen al door, maar toch raken jullie aan de praat. Het is een goed gesprek, je hebt het idee dat je zinnige dingen zegt, ookal zal je je de volgende dag een beetje schamen omdat je in je enthousiasme te snel teveel prijs hebt gegeven, iets wat je eigenlijk altijd doet, maar waar je desalniettemin keer op keer een beetje beduusd van raakt. Het café is gevuld met gelach en muziek, sommige mensen zingen de refreinen van de liedjes mee. De muziek is niet helemaal jouw smaak, maar het kan er mee door.

Continue Reading

Generatieconflict

Ik stel het me ongeveer zo voor: Het is ochtend. De eerstvolgende editie van Een Grote Krant/Een Leuk Tijdschrift is volop in de maak en op een groot deel van de redactie klinkt het tevreden gezoem van hard werkende mensen. Op de afdeling van het lifestylekatern zit men echter met de handen in het haar: er moet nog een pagina of drie, vier gevuld worden. In paniek komt men bijeen op het kantoor van de hoofdredactrice. Wat te doen? Alle ideeën zijn op. Iemand oppert om dan maar een extra dun lifestylekatern uit te geven, maar dat idee verdwijnt meteen in de prullenbak, want dit is nou juist het katern waar De Krant/Het Tijdschrift het van moet hebben. Dan steekt één van de medewerkers voorzichtig zijn hand op ‘Misschien een stuk over de instagram-generatie?’ Opgelucht valt men elkaar in de armen.

Continue Reading